Geschiedenis Aruba


Indianen van de Arawak-stam emigreerde vermoedelijk rond het jaar 1000 na Christus vanuit Venezuela naar Aruba om het geweld van een andere stam, de Caribi, te ontvluchten. Zij kunnen beschouwd worden als de eerste bewoners van Aruba. In de Fonteingrotten op het Arikok Park zijn hun muurschilderingen nog steeds te aanschouwen en leeft hun geschiedenis op die manier voort.

ArubaZo’n 500 jaar later in 1499 ontdekten de Italiaanse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci en de Spanjaard Alonso de Ojeda als eerste Europeanen Aruba. Namens Spanje werd Aruba gekoloniseerd in 1508. De Spanjaarden zochten het eiland af naar natuurlijke rijkdommen maar vonden niets en bestempelden de ABC-eilanden dan ook als “inutiles” (nutteloos). De inheemse bevolking werd als slaaf verscheept naar Hispaniola, een veel groter Caribisch eiland bij Cuba, om te werken in de landbouw en de mijnen. In 1520 herkoloniseerde Spanje de eilanden, importeerde vee en bracht de Indianen weer terug om dit maal hier in de landbouw te werken.

In 1636 begon de Nederlandse geschiedenis van Aruba. De W.I.C. (West-Indische Compagnie) nam de ‘exploitatie’ van de ABC-eilanden op zich. Nederland was op zoek naar een Caribische basis in de strijd tegen onder andere de Spanjaarden en zag in Aruba een ideale nederzetting. De Spanjaarden tekenden in San Juan de overgave en vanaf dat moment zijn de eilanden, met een korte tussenkomst van de Britten vanwege de oorlog met Napoleon, altijd met Nederland verbonden gebleven.

Anders dan de Spanjaarden, die eigenlijk niet veel met de eilanden hadden gedaan, ontdekten de Nederlanders wel de natuurlijke rijkdom van Aruba maar ook gebruikten zij de eilanden voor plantages waarvoor vele slaven werden geïmporteerd uit Afrika en het vaste land van Zuid-Amerika, een zwarte bladzijde uit de geschiedenis vanuit menselijk oogpunt. Economisch legden Aruba en de andere Caribische eilanden Nederland geen windeieren. Plantages leverden een hoop exportproducten op en later zou blijken dat Aruba toch de nodige bodemschatten bevatte.

Ontwikkeling van Aruba

De vondst van diverse grondstoffen speelde dus een belangrijke rol in de ontwikkeling van Aruba en het belang dat het eiland had als kolonie van eerst Spanje en later Nederland.

Lange tijd is zout een economisch belangrijk product geweest voor de handel. Het werd gebruikt om vlees en vis te bewaren op hun lange tocht van de Cariben naar Europa waar er geld verdiend mee kon worden. Zoutpannen op de eilanden zorgden ervoor dat dit goed ruim voorradig was. Zoals gezegd werden slaven ingezet als arbeiders op de plantages die de WIC liet bouwen. De producten van deze plantages, vlees en zout werden ook naar Europa en de rest van de wereld gebracht.

Deze handel vormde een tijdlang de belangrijkste inkomstenbron. In 1824 vond men echter wat de Spanjaarden nooit hadden gevonden: goud! Dit leidde tot een goudkoorts en de bouw van een aantal goudmijnen en smelterijen waar men het goud uit de ruwe grond probeerde te filteren. Na een paar decennia waren de mijnen echter al uitgeput en zijn ze verlaten. De ruïnes bij Bushiribana herinneren de bezoeker van Aruba nog aan deze kort maar krachtige ‘gouden’ tijden.

palmboomIn 1863 werd eindelijk de slavernij in het Caribische gebied beëindigd en sloot de WIC veel van de plantages. Aruba had nu nog weinig grote inkomstenbronnen. In de 20e eeuw kwam hier verandering in door de vondst van olie voor de kust van Venezuela. Op Aruba werd een olieraffinaderij gebouwd, die werd gerund door de Lago Oil & Transport Company. Deze installatie trok werknemers van over de hele wereld aan en deze nieuwe inwoners waren een welkome steun voor de economie. Later zou ook deze bedrijfstak aan belang verliezen en toerisme deze rol grotendeels overnemen.

Tijden veranderden, ook op politiek gebied. De tijd van actieve kolonisatie en daarbij vaak onderdrukking was voorbij, veel Europese koloniale mogendheden gaven de overzeese gebieden meer zelfstandigheden, een roep die ook vanaf de door Nederland bestuurde eilanden sterk klonk. In 1954 werden de Nederlandse Antillen, waaronder ook Aruba viel een autonoom onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1983 kreeg Aruba een ‘status aparte’, nog steeds onderdeel van het koninkrijk maar niet meer van de Nederlandse Antillen.